De P-stand | Praktisch en Prima

door Pieter Dhaeze op dinsdag 17 maart 2015

We zien veel beginnende fotografen die met hun eerste systeemcamera struikelen over de belichting van hun foto’s. Met het idee dat je alleen in de M-stand goed belichte foto’s kunt maken, draaien ze driftig aan wieltjes van de camera op zoek naar de juiste helderheid. Er is daardoor minder aandacht voor het onderwerp en het kost relatief veel tijd, waardoor de kans groot is dat het beslissende moment net gemist wordt.

Lukt het niet om een onderwerp goed te belichten, dan wordt ten einde raad de camera weer op de veilige ‘groene stand’ gezet. Maar ook dan zijn de resultaten van belichting, kleuren en scherpstelling niet altijd optimaal en knaagt het gevoel dat ze de camera zélf in willen kunnen stellen.
Is het als beginnend systeemfotograaf dan niet mogelijk om eenvoudig technisch goed belichte foto’s te maken? Natuurlijk kan dat. Zet de camera in de P-stand!

Automatisch
Heel veel zaken in het dagelijkse leven gebeuren automatisch en dat is maar goed ook, want anders zouden we veel tijd kwijt zijn aan simpele dingen: de temperatuurregeling van je woning (thermostaat), de verbinding met internet (modem), bellen met je telefoon (centrale), schone kleren (wasmachine) en zo kun je nog veel meer voorbeelden verzinnen. Wat gebeurt er tegenwoordig eigenlijk nog zónder automatiek of kunstmatige intelligentie? We zijn zo gewend aan al die ‘hulp’, dat het gewoon niet meer opvalt. We zijn dus blij met ‘automatisch’.

Valt het woord ‘automatisch’ echter in de fotografie, dan genereert dat vooral bij de minder ervaren fotograaf een ongemakkelijk onderbuikgevoel dat het dan niet ‘echt’ is. Een ‘echte’ fotograaf regelt de belichting in de M-stand (Manual, handmatig) en stelt handmatig scherp. Toch? Natuurlijk zijn er fotografen en onderwerpen, waarbij dat de juiste keuzes zijn, maar dat is eerder uitzondering dan regel.

Er is - net als in het gewone leven - helemaal niets mis mee om de ‘automatische intelligentie’ van een camera te gebruiken. Dat maakt het leven van een fotograaf een stuk gemakkelijker en hij kan al zijn aandacht (contact, timing en kadering) besteden aan het onderwerp. Of je via de M-stand met 1/60s, f/4 en ISO 400 tot de juiste belichting komt of dat een ‘automatische’ stand (P, Av, Tv-modus) tot die waarden leidt, maakt niet uit. De belichting is in beide gevallen precies hetzelfde. In het artikel ‘Helder over Helderheid’ hebben we dit al eerder uitgelegd en laten zien (klik hier).

Volautomaat en P-stand (Program modus)
Om tot goed belichte foto’s te komen is het dus geen ‘brevet van onvermogen’ om gebruik te maken van de automatische belichtingsopties van een moderne systeemcamera. Integendeel. Het is juist heel erg slim en de kans is groot dat je met betere foto’s thuiskomt dan krampachtig in de M-stand te blijven werken. Uit onze poll (klik hier) met bijna 3000 deelnemers blijkt dat ruim 80% van alle fotografen - van beginner tot pro - in een automatische stand van de camera werkt (Groen, P, Av, Tv).

In de volautomaat (groene stand) maak je in 75% van de gevallen zonder enige zorg over de instellingen goed belichte foto’s, die scherp zijn en met de juiste kleuren. Er is echter ook 25% dat ‘mislukt’ en in de groene stand heb je dan nagenoeg geen mogelijkheden om dit te corrigeren. Het zijn deze 25% die zorgen voor het slechte imago van ‘automatisch’ in de fotografie. Heb je geen moeite dat een kwart van je foto’s door de volautomaat technisch niet helemaal in orde zijn, dan moet je gewoon in de ‘groene stand’ blijven fotograferen. Drie van de vier foto’s kunnen de technische toets der kritiek doorstaan en omdat je niet na hoeft te denken, kun je alle aandacht geven aan het moment en de compositie. Zaken die soms belangrijker zijn voor een goede foto, dan de technische kwaliteit.

Wil je wel die andere 25% tot een goed einde brengen, dan is de eerste stap om over te schakelen op de P-stand. In deze Program modus regelt de camera ook zelf de belichting, scherpstelling en kleuren, maar jij bepaalt hoe hij dat moet doen. Je hebt 100% controle over de automatiek en bepaalt het eindresultaat. We zullen eerst de verschillen tussen de volautomaat en de P-stand eens op een rijtje zetten.

Tip
Pak je EOS er eens bij. Zet hem in de groene stand en druk op de knop Menu. Kijk dan eens naar het aantal opties onder de rode tabs. Zet vervolgens de camera in de P-stand en druk weer op Menu. Je ziet dan meer tabs met veel meer opties. Met al die extra opties heeft elke fotograaf de camera volledig in hand.
Hieronder zie je een overzicht van de menu-opties in de ‘groene stand’ en in de P-stand bij de EOS 70D. In de volautomaat heb je drie Opname-tabs met 13 opties en in de P-stand zijn dat zes Opname-tabs met maar liefst 33 opties.

 Groen-versus-P

Belichting
In de P-stand kun je nagenoeg elk onderwerp goed belichten, terwijl dat in de volautomaat redelijk vaak niet mogelijk is. Een kort overzicht.
Opklappen flitser
In de volautomaat klapt in principe de flitser altijd op als er weinig licht is. Soms is dat niet zinvol (te grote afstand) of niet wenselijk (sfeer) en dan is het niet eenvoudig het opklappen van de flitser te voorkomen. Als je de flitser alleen maar terugduwt en je drukt de ontspanner half in, dan klapt hij weer op. Ook is het onhandig dat je in de groene stand de flitser niet snel even op kunt klappen om een invulflits te doen bij hoog contrast in felle zon. Het wel of niet opklappen wordt in de groene stand geregeld in een menu-optie.

In de P-stand gaat dat allemaal veel eenvoudiger. Er zit een knopje op de voorzijde van de camera ter hoogte van de modelaanduiding, waarmee je de flitser kunt opklappen en door de flitser naar beneden te duwen, klap je hem weer in. Minstens zo belangrijk is dat je in de P-stand ook de kracht van de flitser kunt regelen met de zogeheten Flitsbelichtingscompensatie (zie handleiding camera) en zo meer controle hebt over het flitsresultaat. In de groene stand is die optie niet beschikbaar.

flits

Invulflits
Als je buiten een invulflits wilt gebruiken, dan is de P-stand het meest praktisch. Klap je namelijk de flitser op, dan wordt de kortste sluitertijd maximaal 1/200s of 1/250s (flitssynchronisatietijd) en de P-stand zorgt vervolgens dat het diafragma zo klein mogelijk wordt en kiest de ISO zo laag, dat dit niet leidt tot overbelichting. Wil je een natuurlijk resultaat, zet de Flitsbelichtingscompensatie dan op een negatieve waarde.

• Program shift
Als je het onderwerp gekaderd hebt en je drukt de ontspanner half in, dan meet de camera het licht en op basis daarvan kiest hij dan zowel in de volautomaat als in de P-stand een diafragma, sluitertijd en eventueel ook een ISO. Dit resulteert meestal in een goede belichting, maar je kunt zelf geen diafragma of sluitertijd kiezen, om zo respectievelijk de scherptediepte of de beweging in de opname te kunnen beïnvloeden. In de P-stand is dit echter toch mogelijk met de zogeheten Program shift. Druk in de P-stand de ontspanner met de wijsvinger half in en als je de waarden van diafragma en sluitertijd ziet, draai je vervolgens met dezelfde vinger aan het instelwieltje bij de ontspanner. Je kiest daarmee steeds andere combinaties van diafragma en sluitertijd, zodat de belichting niet verandert, maar bijvoorbeeld wel de scherptediepte of de beweging van een onderwerp. Zo levert f/8 met 1/500s (gekozen door camera) dezelfde helderheid als f/4 en 1/2000s (met Program shift), maar is in dat laatste geval de scherptediepte kleiner.

program-shift

Dat effect bereik je ook in de A-stand (diafragmavoorkeur), maar in de P-stand kun je bij de volgende foto dankzij Program shift de sluitertijd voorrang kunnen geven, zonder naar de T-stand te hoeven. Je bent dus heel flexibel in de voorkeuren in diafragma en sluitertijd. En heb je geen voorkeur of let je even niet op instellingen, dan heb je in de P-stand toch een goed belichte scherpe foto.

Auto ISO
Als je controle wilt hebben over sluitertijd en diafragma, dan speelt de ISO daar natuurlijk ook een rol in. Zie je dat de sluitertijd te lang wordt, terwijl het diafragma al maximaal is, dan moet je de ISO verhogen. Je zou dit ook door de Auto ISO kunnen laten regelen. De camera weet welk brandpunt gebruikt wordt en weet wat daarbij een ‘veilige’ sluitertijd is om bewegingsonscherpte te voorkomen. Met die ‘kennis’ als uitgangspunt, past hij in de Auto ISO dan de gevoeligheid aan. Net zoals je dat zelf gedaan zou hebben. Dat is dus weer een zorg minder. De werking van Auto ISO kun je op veel camera’s zelf instellen. Zo ook de maximale waarde. In de volautomaat is dat ISO 6400, maar in de P-stand kun je dat maximum zelf kiezen tussen bijvoorbeeld ISO 1600 tot wel 12.800 (EOS 70D). Ook kun je bij sommige camera’s in de P-stand ook nog de minimale sluitertijd kiezen voor nog meer controle.

• Belichtingscompensatie
Als beginnende fotograaf ben je bezig met diafragma, sluitertijd en ISO om tot een goede belichting te komen, maar welbeschouwd bepalen deze parameters niet de helderheid van de foto. Dat klinkt raar, maar als het streepje van de interne lichtmeting van de camera in het midden staat (op nul), dan wordt de helderheid van het gemeten onderdeel van het kader (meervlaks/evaluatief meting: hele kader. Deelmeting, Centrumgewogen, Spotmeting: gedeelte kader) door de camera geregeld op de helderheid van 50% grijs. Zo helder is een groot deel van de wereld om ons heen en dus zijn de meeste foto’s (of onderdeel daarvan) dan goed belicht. Is het onderwerp echter heel helder of zelfs wit of juist heel donker tot zwart, dan is die 50% natuurlijk niet goed. Maak maar eens een kadervullende foto van een wit vel A4-lijntjes papier. Welk programma of lichtmeting je ook gebruikt, als het streepje van de lichtmeting op 0 staat, dan zal de helderheid van de foto 50% grijs zijn. Dit los je niet op door meer licht aan te doen of buiten in de volle zon te gaan staan. De camera zal de sluitertijd of het diafragma dan zodanig verkleinen dat de foto toch weer 50% grijs zal worden.

50-grijs-580px

De enige manier om een licht of donker onderwerp goed te belichten is door het 50%-principe te wijzigen. Dat doe je met de optie Belichtingscompensatie (zie handleiding). Heb je een licht onderwerp (strand, sneeuw, grijze lucht), dan kies je een positieve waarde. Meestal ergens tussen de +1 en +2 Ev. Is het onderwerp donker (bos, schaduw, avond), dan moet de Belichtingscompensatie negatief zijn, -1 tot -2 Ev met stapjes van 1/3. De optie Belichtingscompensatie is niet beschikbaar in de volautomaat, maar wel in de P-stand en dus wederom heb je 100% controle over de helderheid van je foto’s.

Belichtingsrecept
Wil je 99% controle over de camera en toch 100% gebruik maken van zijn automatiek zodat je meer tijd en aandacht hebt voor het onderwerp, zet de camera in de P-stand, Auto ISO en meervlaks/evaluatief meting. Met de Belichtingscompensatie regel je indien nodig vervolgens de helderheid van je foto’s (terugkijken eventueel met histogram) en met Program shift kies je de gewenste combinatie van diafragma en sluitertijd. Je hebt nu alles onder controle voor een perfecte belichting en let je even niet op de getalletjes, dan zal de foto toch goed belicht zijn. Doe je dit in combinatie met RAW, dan zullen je foto’s ook bij hoger contrast perfect belicht zijn.

Kleuren
Behalve verschil in instelmogelijkheden tussen volautomaat en P-stand, zijn er ook op het punt van kleuren de nodige verschillen en biedt de P-stand volledige controle.
• Witbalans
De kleuren van een foto worden grotendeels bepaald door de nauwkeurigheid van de witbalans. Zowel in de groene stand als in de P-stand werk je het meest flexibel als die witbalans automatisch geregeld wordt (AWB). Dan is schaduw en sneeuw wel iets te blauw en kunstlicht soms iets te warm, maar die kleurzwemen passen prima bij de warmte van het onderwerp. Wil je 100% controle over de witbalans, zet de camera dan op RAW en zorg dat je een neutraalgrijze referentie in een van je foto’s hebt. Je kunt natuurlijk ook gaan spelen met de uitgebreide instellingen van de witbalans, maar de kans is groot dat je dan bij verandering van het licht, een niet te corrigeren kleurafwijking krijgt. Dat zal bij de AWB - en in RAW - nooit het geval zijn.

beeldstijlen

• Beeldstijl
Een andere instelling die ook invloed heeft op de kleuren van JPEG-foto’s is de optie Beeldstijl (Picture Style, klik hier). Die bepaalt de kleuromzetting in de camera en regelt de verzadiging, het contrast, de verscherping en de kleurtoon. Normaal gesproken staat deze in Standaard of Automatische en dat levert natuurlijke kleuren en scherpte op. In de volautomaat kun je daar niets aan veranderen. In de P-stand kun je echter meer beeldstijlen, zoals Landschap, kiezen en fijnregelen. Met de beeldstijl Monochrome kun je in zwart-wit fotograferen. Dat is dus in de groene stand niet mogelijk en in de P-stand heb je dus ook je kleuren volledig in de hand.

• sRGB of AdobeRGB
Een aparte vermelding bij kleur is de keuze tussen sRGB en AdobeRGB. In de volautomaat is sRGB de vaste instelling. In de P-stand zou je kunnen kiezen voor sRGB en AdobeRGB, waarbij AdobeRGB eigenlijk alleen een meerwaarde heeft als je zelf foto's met een hoge kleurverzadiging op een eigen fotoprinter afdrukt. sRGB is in alle andere gevallen de meest praktische keuze (klik hier).

Zwart-wit en RAW
Wil je serieus met zwart-wit aan de slag, zet de camera dan in RAW en op beeldstijl Monochrome. Je ziet dan zwart-wit tijdens het fotograferen, maar in Lightroom kun je vanuit het (kleuren) RAW-bestand nog heel veel varianten maken met 14-bits helderheidsbereik. Combineer je dat met Silver efex Pro, dan wordt de wereld wel heel mooi ‘zwart-wit’ (klik hier).

Scherpte
De scherpte van een foto is van veel factoren afhankelijk (klik hier). Twee belangrijke aspecten zijn onscherpte door beweging van de camera of onderwerp en de keuze van het juiste scherpstelpunt. In beide gevallen heeft de P-stand weer een duidelijk streepje voor op de volautomaat.
Bewegingsonscherpte
Bewegingsonscherpte kan (uit de hand) alleen bevroren worden met een voldoende korte sluitertijd. Om de beweging van de camera te bevriezen, is 1 gedeeld door het brandpunt van de lens (tot 1/500s) meer dan toereikend en zowel de volautomaat als de P-stand streven naar deze 1/f (s) regel. Wil je echter een vliegend vogeltje of een snel voertuig bevriezen, dan moet je naar 1/1000s of korter. In de groene stand lukt dat dus niet, maar in de P-stand kun je nu Program shift gebruiken voor een kortere sluitertijd. Er moet dan wel voldoende licht zijn en/of een lichtsterke lens op de camera staan.
• Scherpstelpunt
Een ander punt in een goede scherpte van de foto is de juiste keuze van het scherpstelpunt. Voor het gemak én nauwkeurigheid werk je bijna altijd (P, T, A en M) met de autofocus. De mogelijke uitzonderingen zijn natuurlijk macro, product, architectuur en landschap. De autofocus (AF) werkt zowel in de volautomaat als in de P-stand. Je stelt dat in op de lens en niet in de camera. Wat wel een groot verschil is tussen deze twee programmastanden is dat je in de volautomaat het scherpstelpunt niet zelf kunt kiezen. De camera pakt dat punt in het onderwerp wat het dichtste bij is of met het hoogste contrast. Dat kan tot grote missers leiden, vooral als je met kleine scherptedieptes werkt. In de P-stand kun je zelf het scherpstelpunt kiezen. Wij gebruiken altijd het middelste. Dit is het meest gevoelig en werkt dus ook bij minder licht of contrast. Om te voorkomen dat het hoofdonderwerp dan altijd centraal in het kader staat, herkaderen we altijd iets. Dus scherpstellen door de ontspanner half ingedrukt te houden en dan het hoofdonderwerp iets uit het midden te zetten.

Groen-P_AF

Ai Focus en Ai Servo
Als de afstand tussen camera en onderwerp tussen het moment van scherpstellen en van het nemen van de foto niet verandert, is One Shot de aangewezen AF-modus. Is er een kans dat het onderwerp gaat bewegen nadat je scherpgesteld hebt, kies dan Ai Focus. Je kunt in deze stand niet herkaderen, omdat dan het scherpstelpunt ‘wegloopt’. Is het onderwerp al aan het bewegen, dan kun je het beste werken met Ai Servo. De camera stelt dan continue scherp en laat dan ook geen piepje horen.

Samenvatting
Een goede belichting van je foto’s hoeft helemaal niet moeilijk te zijn en je hoeft er ook niet per se voor in de M-stand te werken. In de P-stand kun je even goede foto’s maken en wanneer je bewust gebruik maakt van de automatiek van de camera, dan kun je al je aandacht aan het onderwerp geven en mis je nooit meer een fotokans omdat je nog bezig was met het instellen van je camera.
Voor ons staat de P in P-stand voor Prima en Praktisch en stelt elke - beginnende - fotograaf in staat om alle technische aspecten voor een geslaagde foto zelf in de hand te hebben.

Gerelateerde artikelen:
• Helder(heid) over belichting: klik hier.
• Hoog contrast: klik hier.
• Het histogram: klik hier.

Inloggen

Wachtwoord of loginnaam vergeten? Klik hier
Als je nog geen GRATIS persoonlijk account hebt op EOSZINE dan kun je deze hier aanmaken. Met dit account kun je o.a. de nieuwsbrief en het gratis digitale magazine ontvangen.