EOS 80D | Auto ISO en Minimale sluitertijd

door Pieter Dhaeze op dinsdag 10 mei 2016

De beginselen van fotografie zijn al vele decennia hetzelfde. Je hebt een onderwerp, er is licht en met een bepaalde lensopening (diafragma) wordt een beeld gedurende een zekere tijdsduur (sluitertijd) op een lichtgevoelig (ISO) medium geprojecteerd. De ontwikkeling der techniek heeft er voor gezorgd dat de lensopeningen groter geworden zijn en zo de sluitertijden korter. Ook de ISO heeft - vooral sinds de overstap naar digitaal - een behoorlijke sprong voorwaarts gemaakt. Was vroeger een rolletje van 400 ASA redelijk bijzonder, nu begint een gevoeligheid na ISO 6400 pas exotisch te worden. Een verschil van maar liefst 4 stops.
In dit artikel staan we daarom stil bij de keuze van de juiste ISO-waarde en het nut van Auto ISO.

Belichtingstraject
Hoe krijg je de juiste belichting? Dus een helderheid van een foto die overeenkomt met de werkelijkheid of die een vertaling is van het creatieve concept van de fotograaf. Diafragma, sluitertijd en ISO zijn daarin bepalend. Als er veel licht is, dan kun je met heel veel combinaties van diafragma en sluitertijd een foto correct belichten en zo spelen met scherptediepte en bewegingsonscherpte. Zelfs bij ISO 100.

Maar wat gebeurt er als de hoeveelheid licht minder wordt? Dan wordt het een uitdaging om met weinig spelingsruimte toch scherpe foto’s (sluitertijd) te maken van een zo hoog mogelijke kwaliteit (ISO). Hoe komt de juiste combinatie van diafragma, sluitertijd en ISO dan tot stand?
Als het onderwerp geen grote scherptediepte vereist, dan werk je bij minder licht met een zo groot mogelijk diafragma, bijvoorkeur tussen f/2 en f/4. Nadat een lensopening gekozen is, zal op basis van de lichtmeting en ingestelde ISO een bepaalde sluitertijd benodigd zijn. Zie je dat deze sluitertijd te lang is om scherp uit de hand te fotograferen (1/50s of langer) of dat de foto sterk onderbelicht is, dan zal de ISO verhoogd moeten worden.
Dit 1-2-3-traject (1. diafragma 2. sluitertijd 3. ISO) doorloop je niet alleen als je de belichting handmatig regelt, maar ook als de camera de belichting (half)automatisch regelt.

Kijk maar eens naar de P-stand met Auto ISO. Als er weinig licht is, dan zal de camera eerst op zoek gaan naar een groter diafragma tot de maximale lichtsterkte van de lens bereikt is. Vervolgens gaat hij de sluitertijd langer maken. Komt hij echter op het punt dat de sluitertijd te lang (bewegingsonscherpte) wordt voor het gebruikte brandpunt (t=1/f*), dan zal hij de ISO gaan verhogen.

Belichtingscompensatie
Vind je een foto te donker of te licht in de P-, Av- en Tv-stand regel dit dan met de Belichtingscompensatie. Een lichtgekleurd of helder onderwerp (sneeuw, witte muur) moet je vaak iets overbelichten met een positieve Ev en is het onderwerp donkerder (een dicht bos, donker wateroppervlak), dan moet je iets onderbelichten met een negatieve Ev.

• Voorbeeld | EOS 80D met EF-S 18-135mm f/3.5-5.6 IS. P-stand en Auto ISO.
Je bent ingezoomd tot f=135mm (f* = 1.6 x f = 216mm). Je fotografeert bij weinig licht en drukt de ontspanner half in. Als  diafragma kiest de camera op basis van het geringe licht direct f/5.6 (de maximale lichtsterkte bij f=135mm). Hij zal de sluitertijd aanvankelijke niet langer willen maken dan 1/216s (praktisch wordt dat 1/200s) en afhankelijk van de hoeveelheid licht zal hij vervolgens de ISO gaan verhogen, bijvoorbeeld ISO 800. Pas als zijn maximale ISO bereikt is (zijnde ISO 16.000) zal hij de sluitertijd langer gaan maken met dus meer kans op bewegingsonscherpte. Dan is het echter al behoorlijk donker. Dit belichtingstraject wordt ook zo in de Av-stand door de camera gebruik, behalve dat je daarin zelf het diafragma kiest.
Bekijk deze videoclip (klik hier) als je wilt zien hoe je de Minimale sluitertijd kunt beïnvloeden.

Auto ISO
Vaak wordt gesuggereerd dat je alleen in de M-stand goed belichte foto’s kunt maken, maar als je in de bovengenoemde situatie bent, waar de P-stand met Auto ISO tot f/5.6 - 1/200s en ISO 800 komt, dan zal dat in de M-stand niet anders zijn, want je volgt dan eigenlijk hetzelfde beslissingstraject. Je bent dan echter wel veel langer met de wieltjes aan het draaien om deze combinatie te vinden en kunt daardoor het beslissende moment missen.

Ongeacht programma is bij f/8, 1/1250s, ISO 100 is de belichting van beide foto's hetzelfde.
A=M

Voordeel van de M-stand is wel dat wanneer de lens beeldstabilisatie heeft, je weet dat je ook bij f=135mm (f*=216mm) met 1/50s nog een scherpe foto uit de hand kunt maken en dus de ISO 2 stops lager kan kiezen, dus ISO 200 in plaats van 800. Dan heb je dus minder ruis.

Dat ‘intelligentie’-voordeel van de fotograaf in de M-stand heeft de EOS 80D echter ook in de P-, Av- en Tv-stand met Auto ISO. De camera weet namelijk met welk brandpunt gefotografeerd wordt (EF en EF-S lenzen) en hij kent de regel 1/f* (sluitertijd=1 gedeeld door het 35mm-equivalent brandpunt). Op basis van die berekende sluitertijd kiest hij vervolgens de gewenste gevoeligheid. Dat werkt zo bij alle EOS camera’s met Auto ISO, maar bij de EOS 80D kun je aangeven of de minimale sluitertijd langer of korter moet zijn dan de standaard 1/f*. In het menu ISO-snelheidinst. (2e rode tab, 2e optie) kun je bij de optie Min. sluitertijd kiezen voor Auto en dan Langzamer of Sneller (-/+3 stops).  Bij -2 zal de camera in bovenstaand geval dus geen 1/200s kiezen, maar twee stops langer, zijnde 1/50s. Hetzelfde als we zelf gedaan zouden hebben in de M-stand. Gaaf toch. En het leuke van deze automatische optie is dus dat we minder denkwerk hebben als we in- en uitzoomen met een zoomlens, want de EOS 80D doet alle berekeningen. Je kunt ook kiezen voor Sneller en dat is dan vooral bedoeld als je snel bewegende onderwerpen met een korte sluitertijd wilt bevriezen. Dus bij +2 wordt de sluitertijd in genoemd voorbeeld geen 1/200s, maar 1/800s en zal op basis daarvan de ISO kiezen.

mimimale-sluitertijd-580px

De opties Langzamer en Sneller voor de Min. sluitertijd zijn handig, maar als fotograaf moet je ook altijd nog oppassen voor onscherpte door beweging van het onderwerp. Je kunt uitgezoomd bij 18mm (f*=1.6x18=ca. 30mm) met een lens met beeldstabilisatie bij 1/10s misschien wel een scherpe foto uit de hand nemen, maar bij een dergelijke sluitertijd worden zelfs het knipperen van de ogen of bladeren in een licht briesje onscherp. Voor alledaagse onderwerpen is 1/60s daarom een mooie ondergrens voor lenzen met een brandpunt tot f*=200mm.

Het menu ISO-snelheidinst. kent daarom nog een andere optie en dat is Handmatig. Daarmee kies je zelf een ondergrens in sluitertijd ongeacht het gebruikte brandpunt. De camera zal de sluitertijd dan nooit langer kiezen dan de ingestelde waarde. Je voorkomt daarmee de genoemde onscherpte door beweging van het onderwerp bij korte brandpunten. Staat de handmatige Min. sluitertijd op 1/60s, dan zal de sluitertijd dus ook bij gebruik van groothoeklenzen niet onverwacht voor onscherpte zorgen.
Voor snelle onderwerpen kun je de Min. sluitertijd handmatig op 1/1000s zetten, zodat je ook in de P- of Av-stand altijd bevroren actie fotografeert. Als je de Min. sluitertijd vaak en snel wilt veranderen, zet deze optie dan in My Menu (groene tab).

Lange sluitertijden
Auto ISO werkt in veel gevallen prima. Wil je echter met lange sluitertijden werken, dan moet je de Auto ISO dus uitzetten en op een vaste lage waarde van ISO 100 zetten.

Samenvatting
Zet je een EOS 80D in de Av-stand met Meervlaksmeting op Auto ISO en kies je een Min. sluitertijd van 1/60s, dan krijg je in meer dan 90% van de gevallen zonder veel denkwerk en toch gecontroleerd een goed belichte opname met een optimale combinatie diafragma, sluitertijd en ISO. Zie je bij terugkijken (histogram) dat de foto te donker of te licht is, dan corrigeer je dat met respectievelijk een positieve of negatieve Belichtingscompensatie. Simpeler en sneller kan niet. Je hebt zo dus meer aandacht voor je onderwerp en krijgt toch dezelfde goede belichting als in de M-stand. Ook zorgt de genoemde automatiek voor een kleinere kans op grote belichtingsmissers, wat in de M-stand nog al eens kan gebeuren.
Wil je met een zoomlens met beeldstabilisatie altijd op de ondergrens zitten van de sluitertijd om bij elk brandpunt met een zo laag mogelijke ISO te werken, zet de Min.sluitertijd dan op Auto -3. Let wel dat er dan bij korte brandpunten grote kans op onscherpte is door beweging van het onderwerp.
Werk je met een lens met een vast brandpunt, zet de Min. sluitertijd dan op een vaste waarde, waarbij 1/f* een uitgangspunt is.

Is de belichtingsregeling van een camera nog niet helemaal duidelijk, lees dan het artikel ‘Helder(heid) over belichting’ (klik hier).

TIP
Auto ISO werkt ook in de M-stand. Dat is heel handig als je bij wisselende lichtomstandigheden toch met een vast diafragma en vaste sluitertijd wilt werken. Je kunt dan zelfs belichtingscompensatie toepassen. Uniek voor een camera in deze klasse (klik hier).

f*= brandpunt 35mm-equivalent. Bij APS-C is dat 1,6x het brandpunt op de lens.

Inloggen

Wachtwoord of loginnaam vergeten? Klik hier
Als je nog geen GRATIS persoonlijk account hebt op EOSZINE dan kun je deze hier aanmaken. Met dit account kun je o.a. de nieuwsbrief en het gratis digitale magazine ontvangen.