Sneeuw in LR4

door Pieter Dhaeze op dinsdag 29 januari 2013

Een onderwerp in de sneeuw fotograferen kan een probleem zijn. In veel gevallen komt de helderheid van de foto niet overeen met de werkelijkheid en ontstaat er grijze sneeuw. Vaak moet je de belichting corrigeren door iets over te belichten. Maar hoeveel en waarom kun je beter in RAW fotograferen? In deze workshop antwoord op deze vragen en gaan we met RAW-sneeuw spelen in Lightroom.

Lichtmeetprincipe
De interne lichtmeting van een camera ‘kijkt’ naar de hoeveelheid gereflecteerd licht op het gemeten deel (Spot, Centrumgewogen, Meervlaks) van het onderwerp in het kader. Op basis van deze meting zorgt de camera met de keuze van een zekere combinatie van sluitertijd, diafragma en gevoeligheid, dat de helderheid van dat deel van de foto overeenkomt met die van 50% grijs. Dat principe levert voor 90% van de onderwerpen foto’s op met een natuurgetrouwe helderheid, maar bevat het meetgedeelte veel wit of zwart (resp. veel en weinig reflectie), dan leidt dit respectievelijk tot een onder- of overbelichte opname.
Je kunt dit zelf testen door in de P- of Av-stand een foto te maken van een wit vel papier dat het kader geheel vult en van kadervullend matzwart papier. In beide gevallen zal de piek van het histogram in het midden liggen, wat een helderheid van 50% grijs representeert. Zowel het wit als het zwart is grijs geworden. De belichting van de camera moet dus gecorrigeerd worden en dat doe je met de Belichtingscompensatie. Bij een negatieve waarde (0 tot -5 Ev = 5 stops) wordt de helderheid van een opname donkerder dan 50% grijs en verschuift de piek in het histogram naar links. Bij een positieve waarde van de Belichtingscompensatie (0 tot +5 Ev = 5 stops) wordt de helderheid verhoogd en verschuift de piek naar rechts.

Sneeuwstructuur bij +2 Ev Sneeuwstructuur bij +1 Ev en bewerkt in LR4

Sneeuw
Als je sneeuwfoto’s niet de gewenste helderheid hebben, maar door onderbelichting grijs zijn, dan moet je dus een positieve belichtingcompensatie gebruiken om dat probleem op te lossen. Handig daarbij is om met Meervlaksmeting (Evaluatief) het hele kader te meten. Is behalve het hoofdonderwerp de rest van het kader geheel gevuld met sneeuw, dan moet je bijna twee stops overbelichten (+2 Ev) en zie je in het kader nog een gedeelte lucht of bos, dan volstaat +1 Ev. De bedoeling is dat de sneeuwpiek in het histogram zo ver mogelijk naar rechts legt zonder dat je overbelicht, waardoor de sneeuw één groot wit vlak zou worden (clipping). Zet daartoe de optie Overbelichtingswaarschuwing aan bij het terugkijken van de foto’s.

Dichtbij
Een positieve belichtingscompensatie (tot +2 Ev) bij een sneeuwonderwerp werkt prima voor onderwerpen waarbij de structuur van de sneeuw niet echt bepalend is in de beleving van de foto. Dus een landschap of een portretfoto met een skipiste als achtergrond. Je hoeft de individuele sneeuw- of ijskorreltjes niet te zien. Ga je sneeuw echter meer close-up fotograferen, dan wordt die sneeuwstructuur van groter belang. Het zal misschien wel eens zijn opgevallen dat bij close-ups van sneeuw de structuur niet zo duidelijk is dan wat je met het blote oog gezien hebt. Dit ondanks dat je netjes hebt overbelicht ten opzichte van de 50% grijsmeting.
Het zien van de structuur wordt bij een opname vooral bepaald door de hoeveelheid contrast in de sneeuw. Hoe groot is het verschil tussen de donkerste en lichtste delen in de sneeuwvlokjes? Zie het sneeuwoppervlak even als een landschap met allemaal kleine witte piramiden. Als het een betrokken lucht is, dan is het licht homogeen verdeeld en worden alle vlakken van de piramiden evenveel aangelicht. Er zijn geen hooglichten en geen schaduwen, dus nagenoeg geen contrast en een geringe structuur. Het sneeuwpiekje in het histogram is dan heel smal.
Heb je echter een laagstaande winterzon, die zorgt voor strijklicht, dan krijg je behalve sterk reflecterende vlakken ook diepe schaduwen en dus veel contrast (=structuur). De piek die de sneeuw in het histogram representeert zal dus veel breder zijn.
Als je dus van dichtbij met strijklicht sneeuw fotografeert, dan krijg je met de juiste hoeveelheid positieve belichtingscompensatie én de juiste helderheid én voldoende structuur. Aanpassing in Photoshop of Lightroom van plaats en breedte van de sneeuwpiek in het histogram is dan zelden nodig.

Sneeuw gefotografeerd bij betrokken weer geeft weinig structuur, ondanks dat bijna 2 stops wordt overbelicht voor de juiste helderheid.
Sneeuw gefotografeerd met strijklicht van de lage winterzon. Je ziet meer structuur (bredere piek), die wel iets minder naar rechts ligt (minder helder).

Is de lucht echter betrokken, dan is er weinig contrast in de sneeuwstructuur en zullen we dat moeten proberen te bewerkstelligen in de nabewerking. De grootste marges bij de aanpassingen heb je als je werkt in RAW en Lightroom 4. Je hebt dan 14-bits gradaties (16384) in helderheid ter beschikking en je kunt de sneeuwpiek nauwkeurig plaatsen en verbreden.

Lightroom
Heb je bij een betrokken lucht een onderwerp close-up in de zoeker met verder vooral sneeuw kadervullend, gebruik dan een belichtingscompensatie zodanig dat het einde van de sneeuwpiek ongeveer één stop van de rechterkant ligt. Dus in plaats van een Belichtingscompensatie van bijvoorbeeld +2 Ev, gebruik je nu +1 Ev. Dit zorgt voor een smalle piek in het histogram met rechts een stuk vrij tot geheel wit. Je kunt nu met de parameters Schaduwen, Hooglichten en Witte tinten gaan spelen om een zo breed mogelijke sneeuwpiek te maken, die zo ver mogelijk naar rechts ligt. We beschrijven hier een redelijk algemene methode, maar er zijn natuurlijk legio andere combinaties mogelijk.

Ons 'recept'
Zet de Hooglichten op -100 en verschuif vervolgens de Witte tinten naar rechts om het gat aan de rechterzijde op te vullen. Zet de Overbelichtingswaarschuwing (Clipping alarm) aan met de sneltoets J. Is een stukje geheel wit (RGB=100%, 100%, 100% =255,255,255) dan kun je hiermee die ongewenste overbelichting zien en voorkomen. Worden de middentonen te donker, dan pas je deze aan met een positieve waarde van Schaduwen. Verschuif de Helderheid in het vak Presentie iets naar rechts voor nog iets meer lokaal contrast.

Sneeuw gefotografeerd met 'slechts' +1 Ev en verder in Lightroom 4 verhelderd met meer contrast. Zo is toch nog enige structuur te zien.

Als we het histogram voor en na deze bewerking bekijken, dan zien we dat we de sneeuw behoorlijk hebben verhelderd en in contrast verhoogd.

Beeldscherm
Ga je in detail de structuur van sneeuw regelen op je computer, zorg dan dat hij goed gekalibreerd is op helderheid en contrast. Anders zie je overbelichting terwijl die er technisch niet is. Het Pipet is een objectief gereedschap om de RGB-waarden per pixel te meten. 255,255,255 of 100%,100%,100% is daarbij volledig wit en een teken van clipping.

Samenvatting
Bij het close-up fotograferen van sneeuw speelt het licht weer een cruciale rol hoe je die sneeuw op de foto krijgt. Vaak heb je dat licht buiten niet in de hand, maar kun je met RAW en Lightroom 4 toch een behoorlijk resultaat krijgen. Hopelijk helpt ons ‘recept’ je al een eindje op weg.

Kleurzweem
Als je met de Automatische witbalans sneeuw bij een betrokken lucht of in de schaduw fotografeert, dan krijg je vaak een blauwe kleurzweem. In RAW is deze eenvoudig te verwijderen, maar soms versterkt dat lichtblauwe tintje de koudheid van het onderwerp en mag ze in een beperkte mate aanwezig blijven.

 

 

Inloggen

Wachtwoord of loginnaam vergeten? Klik hier
Als je nog geen GRATIS persoonlijk account hebt op EOSZINE dan kun je deze hier aanmaken. Met dit account kun je o.a. de nieuwsbrief en het gratis digitale magazine ontvangen.