Landschap

door Bas Meelker op vrijdag 20 juni 2014

Landschapsfotografie lijkt veel eenvoudiger dan bijvoorbeeld portretfotografie in de studio. Maar is dat wel zo? Een landschap kun je niet anders op zijn plaats zetten en ook het licht heb je niet in de hand. En de timing is soms nog moeilijker dan bij actiefotografie.

Wil je voortaan een scheve horizon voorkomen en het licht 'vangen' zoals je het voelt, volg dan de 10 basistips van de meester: Bas Meelker.

 
    Gebruik een statief
Het statief is je beste vriend. Behalve een rechte horizon en een exact kader, zorgt het ervoor dat je zonder problemen lange sluitertijden (van 1/2 seconde tot 1/2 uur) kunt gebruiken en de stabiliteit zorgt voor scherpte. Een landschapsfotograaf zonder statief is als een auto zonder motor. Je zult niet ver komen. Gebruik daarom altijd een stevig, niet te licht en stabiel statief.

   2
 
  Gebruik een draadontspanner
Een draadontspanner of remote controller is voor ene landschapsfotograaf even belangrijk als een goed statief. Het zorgt er natuurlijk voor dat je bij het indrukken van de sluiter geen onnodige trillingen veroorzaakt, maar ook dat je de sluiter langer dan 30 seconden open kan laten staan (bulb). Erg belangrijk wanneer je in de schemering of ’s nachts landschapsfoto’s aan het maken bent.

   3   Gebruik grijsverloopfilters
Veel landschapsfoto’s komen tot stand in de uren rond zonsopkomst en -ondergang. Dit zijn momenten met vaak hoge contrasten en belichtingsverschillen tussen lucht en zee/land. Verschillen die onze camera’s, hoe goed ze ook zijn, niet kunnen vastleggen. Een te donkere voorgrond of een uitgeslagen lucht is vaak het gevolg. Een grijsverloopfilter lost dit probleem op waardoor je mooie, uitgebalanceerde belichtingen kunt maken.

   
 
 4
  Werk met kleine diafragma’s
Bij landschapsfotografie gaat het vaak om het zo gedetailleerd mogelijk vastleggen van het landschap. Een grote scherptediepte is daarbij van belang. Gebruik daarom diafragma’s tussen de f/8 en f/16. Dat geeft je het beste compromis tussen een grote scherptediepte en een zo goed mogelijke beeldkwaliteit. Kleiner diafragmeren dan f/16 (dus f/22 tot f/45) kan zaken als diffractie, scherpte- en contrastverlies tot gevolg hebben.

   5
 
  Stel handmatig scherp
In de landschapsfotografie werken we zelden met snel bewegende onderwerpen. We hebben alle tijd om onze foto zo goed mogelijk te maken. Gebruik daarom altijd een handmatige scherpstelling. Door handmatig scherp te stellen kun je zeer nauwkeurig je focus bepalen, nadat je je compositie bepaald hebt. Het is gemakkelijk, nauwkeurig en veel minder fout gevoelig dan een autofocus. Zeker als je ook je Live view gebruikt om handmatig scherp te stellen.

   6   Werk in het RAW formaat
Landschapsfoto’s moeten net als iedere andere foto aanspreken, communiceren en een maximale impact hebben. Om het maximale uit je foto te kunnen halen in je beeldcorrectie is het daarom van belang dat je in het RAW formaat fotografeert. Het jpg-formaat heeft weliswaar ook voordelen, maar bedenk dat je bij het fotograferen in JPEG direct ongeveer 30% aan informatie weggooit zodra je de foto maakt. Informatie zoals kleurovergangen, kleurnuances etc. Deze kun je niet terughalen.
     
 
 7
  Zoek het mooie licht
Mooi licht betekent meestal een mooie foto. En mooi licht vind je zelden midden op de dag met de zon hoog in de lucht. Het mooiste licht vind je meestal aan het begin en aan het einde van de dag wanneer de zon laag aan de hemel staat. Ook in het uur vlak voor zonsopkomst of vlak na zonsondergang (gouden uur, blauw kwartiertje) zijn licht en kleuren vaak prachtig.

   8
 
  Visualiseer
Ik zeg wel eens dat dromers de mooie foto’s zien en doeners maken ze ook. Met dromers bedoel ik mensen die in staat zijn om de foto te visualiseren voordat ze hem gemaakt hebben. Kijk niet naar het landschap zoals je het op dat moment ziet, maar probeer te visualiseren hoe het landschap eruit zou zien onder de meest mooie omstandigheden en hoe je camera dat vast gaat leggen. Kijk dus tweedimensionaal. Hierdoor zul je gemakkelijker een mooie locatie weten te herkennen en weet je precies wanneer (onder welke omstandigheden en welk seizoen) je er moet zijn.
     
 
 9
  Zorg dat je er bent
Je kunt nog net zo goed je materiaal en de techniek beheersen en je hoofd vol hebben met mooie landschapsfoto’s die je nog wilt maken, maar als je niet bereid bent om te zorgen dat je een uur voor zonsopkomst op je locatie bent of laat in de avond nog achter je statief te staan, zul je de foto nooit maken. Uiteindelijk zul je er toch moeten zijn. Ben je daartoe bereid? Nee? Niet erg, maar realiseer je dan dat je bepaalde foto’s niet zult maken. Uiteindelijk gaat het maar om één ding: hoe groot is je passie voor de landschappen om je heen? Hoe graag wil je die foto maken? Jouw enthousiasme en gedrevenheid bepalen uiteindelijk met welke foto’s je thuis gaat komen. Bedenk daarbij altijd dat je passie voor de natuur en landschappen om je heen belangrijker is dan je passie voor de fotografie.

  10
 
  Kom vaak terug
Bezoek vaak dezelfde locatie als landschapsfotograaf. Hierdoor leer je uitstekend hoe licht en verschillende omstandigheden tot een totaal andere landschapsfoto kunnen leiden. Je leert welke invloed het weer en de seizoenen op het landschap hebben en deze waardevolle informatie helpt je om bij nieuwe locaties de juiste timing te hebben. Bovendien ligt er op die bekende plek vaak altijd net nog een mooie landschapsfoto op je te wachten.
     

Inloggen

Wachtwoord of loginnaam vergeten? Klik hier
Als je nog geen GRATIS persoonlijk account hebt op EOSZINE dan kun je deze hier aanmaken. Met dit account kun je o.a. de nieuwsbrief en het gratis digitale magazine ontvangen.